Living

Onvolmaakte materialen zijn ineens overal in je huis

· 6 min leestijd

Jarenlang moest alles glad, strak en perfect symmetrisch zijn. De bank zonder kreukel, de muur zonder oneffenheid, de vaas exact zoals de vorige. In 2026 draait dat om. Stylisten zien in huis na huis dezelfde verschuiving: mensen kiezen bewust voor materialen met een rafelrandje, een putje of een oneffen glazuurlaag. Niet omdat het goedkoper is, maar omdat het eerlijker aanvoelt.

De term die overal opduikt is "ruige natuur": interieurs die eruitzien alsof de materialen recht uit de natuur komen, mét de sporen die dat met zich meebrengt. Denk aan een houten tafel waar je de nerf nog voelt, of een linnen gordijn dat na een paar wasbeurten juist mooier wordt. Wie dit begrijpt, hoeft niet alles te vervangen. Vaak is het een kwestie van bewuster kiezen bij de volgende aankoop.

Waarom perfectie ineens saai voelt

De omslag komt niet uit het niets. Na jaren van strakke lijnen, koele grijstinten en fabrieksgladde oppervlaktes, merken stylisten dat klanten iets missen: karakter. Een woonkamer die klinisch schoon oogt, vertelt geen verhaal. Een kast met een handgesneden rand, of een schaal met een lichte scheefstand, doet dat wel. Je ziet dat er een hand aan te pas is gekomen, en dat maakt een ruimte persoonlijker dan welke trendkleur dan ook.

Wie eerder al koos voor greige als basiskleur, merkt dat die rustige ondergrond juist heel goed samengaat met ruwe texturen. De kleur houdt de ruimte kalm, de materialen geven het reliëf.

Keramiek met een verhaal

Nergens is de trend zo zichtbaar als bij keramiek. Waar een paar jaar geleden de perfect gladde vaas de norm was, kiezen mensen nu voor stukken met bubbels in het glazuur, een ongelijke rand of een kleurverloop dat bij elk exemplaar anders uitvalt. Handgedraaide schalen en vazen zijn niet meer alleen te vinden bij ambachtelijke marktkramen: ook grotere woonwinkels brengen inmiddels collecties met bewust onregelmatige afwerking.

Het idee erachter is niet nieuw. Het sluit aan bij wabi-sabi, de Japanse esthetiek die schoonheid juist zoekt in vergankelijkheid en onvolmaaktheid. Waar Westerse interieurs decennialang op symmetrie en glans stuurden, erkent wabi-sabi dat een object mooier wordt naarmate het meer sporen van gebruik draagt.

Stof, hout en steen die je durft aan te raken

Ook bij textiel zie je de verschuiving. Bouclé, dat een paar jaar terug al opkwam bij banken en poufs, blijft populair, maar krijgt gezelschap van grover geweven linnen en wol met zichtbare knopen in de draad. Kussenhoezen met een licht rafelrandje worden niet meer als slordig gezien, maar als eerlijk: je ziet hoe de stof gemaakt is.

Bij hout geldt hetzelfde principe. In plaats van strak gelakte oppervlaktes kiezen mensen voor massief hout waar de nerf zichtbaar blijft, of voor tafels van hergebruikt materiaal met kleine oneffenheden. Natuursteen met putjes en dunne adertjes wordt bewust zo gelaten, in plaats van gepolijst tot een spiegelgladde vloer. Wie eerder al de stap zette naar een duurzamer en natuurlijker interieur, zit met deze materialen precies goed: het zijn vaak dezelfde ambachtelijke technieken die minder industriële verwerking nodig hebben.

Hoe je dit toepast zonder dat het rommelig wordt

Het risico van deze trend is dat een kamer met te veel "imperfecte" stukken al snel chaotisch aanvoelt in plaats van warm. De truc zit in de balans. Combineer één of twee ruwe materialen met genoeg rustige, effen oppervlaktes eromheen, zodat elk stuk de ruimte krijgt om op te vallen. Een handgedraaide vaas op een strakke, lege plank valt meer op dan diezelfde vaas tussen tien andere spulletjes.

Begin klein als je twijfelt. Vervang een fabrieksmatige vaas voor een handgemaakte variant, of kies bij je volgende bankkussens voor een grover geweven stof. Je hoeft niet meteen je hele woonkamer om te gooien, net zoals dat ook niet nodig was toen organische vormen hun intrede deden. Trends als deze werken het best als je ze laagje voor laagje toevoegt.

Wat dit betekent voor je volgende aankoop

De praktische kant van deze trend is misschien wel de fijnste: je hoeft niet op zoek naar het perfecte, foutloze object. Sterker nog, een klein ongelijkheidje in het glazuur of een net iets andere kleur dan op de foto is geen reden meer om iets terug te sturen. Dat scheelt niet alleen gedoe, het scheelt ook onnodig retourvervoer. Ambachtelijke stukken gaan bovendien vaak langer mee dan massaproductie, juist omdat ze met meer aandacht gemaakt zijn.

Volgende keer dat je door een woonwinkel loopt, kijk eens welke stukken je blik vasthouden. De kans is groot dat het niet de gladste, meest symmetrische spullen zijn, maar juist die ene schaal met een net iets andere rand.

L
Geschreven door Lara Visser Styling redacteur

Lara maakt van gewone woningen bijzondere plekken en schrijft daarover met een aanstekelijk oog voor detail. Als interieurstylist met twaalf jaar ervaring heeft ze alles gezien, van piepkleine studio's tot monumentale herenhuizen, en gelooft ze dat elke ruimte potentie heeft. Ze schrijft over kleurgebruik, meubelselectie en de kleine details die een kamer transformeren van functioneel naar persoonlijk. Haar pad naar het schrijverschap begon toen haar Instagram-tips over styling zo populair werden dat ze besloot er echte artikelen van te maken. Lara haar geheim: ze begint altijd bij het licht in een ruimte, want de mooiste bank ter wereld helpt niet als je hem in het donker zet.